Europese beleidsvorming: uitstel kan een meesterzet zijn

Zoals u al eerder kon lezen, is Europese beleidsvorming voor zuinige auto’s soms net een ingewikkeld schaakspel. Vandaag een nieuwe zet: het verwachte voorstel van de Europese Commissie voor CO2-normen in 2025 en 2030 is uitgesteld naar juli. Is dit uitstel een teken van verlies, of juist een meesterzet?

Tijdens het uitstel
Voor het kleine team ambtenaren van de Europese Commissie ligt er veel werk. Bijvoorbeeld: alle ingevulde publieke consultaties, waaronder die van de Cleaner Car Contracts-coalitie, analyseren. Daarbij komt nog het bestuderen van onderzoeken, zoals het onderzoek van Europese consumentenorganisatie BEUC. Zij zochten (in samenwerking met o.a. Cleaner Car Contracts, Centric en Fleet Support) uit wanneer de ‘Total Cost of Ownership’ (hierna: ‘TCO’) van elektrische auto’s op een break even komt met fossiel aangedreven auto’s. Cleaner Car Contracts nam op 28 november deel aan een paneldebat bij de presentatie van dit onderzoek, samen met Renault-Nissan, Europarlementariër Jo Leinen, het ministerie van Infrastructuur en Milieu, Leaseurope en de Slowaakse consumentenbond. De samenvatting is hier te lezen. Interessant aan dit onderzoek is dat er gekeken is naar de ‘TCO’ voor eerste, tweede en derde eigenaren. Uitkomst: voor alle drie is de ‘TCO’ van elektrische auto’s vanaf ongeveer 2023 gunstiger dan die van fossiel aangedreven auto’s, en dat is nog zonder (fiscale) stimuleringsmaatregelen. De onderzoekers denken bovendien dat hun voorspelling ingehaald gaat worden door de werkelijkheid, want ze hebben voorzichtige aannames gedaan over bijvoorbeeld de ontwikkelkosten van batterijen.

Is dat uitstel nou slim?
Misschien wel. Het geeft Cleaner Car Contracts bijvoorbeeld de tijd om, samen met BEUC en Europese milieuorganisatie Transport & Environment, te pleiten voor maatregelen die elektrisch rijden stimuleren. Zo hebben we de beoogde workshop voor CCC-leden en ambtenaren over de kerst heen getild. En suggereren we voorzichtig dat, naast CO2-normen voor de auto-industrie, er ook doelen gesteld kunnen worden voor het percentage elektrische auto’s dat verkocht wordt. Uiteraard wil de industrie daar niet aan, maar desalniettemin is de industrie in rap tempo aan het inzetten op elektrisch rijden: de berichten over miljardeninvesteringen van o.a. Volkswagen en Daimler tuimelen over elkaar heen. En denk ook aan nieuwe, weliswaar nog vage, mobiliteitsconcepten als Moia van Volkswagen.

Langzaamaan begint de weerstand van de auto-industrie tegen normen te veranderen. De industrie beseft ook dat die normen een steun in de rug kunnen zijn voor hun grote investeringen. Dit kost even tijd, en misschien is het uitstel van de Europese Commissie precies genoeg om de industrie mee te krijgen, of op zijn minst niet in de weg te laten staan.

Is alle uitstel dan een zegen?
Zeker niet. Juli is wel het uiterste moment voor een Commissievoorstel. Na de zomer begint dan het échte schaakspel: de procedure waarin alle Lidstaten en het Europees Parlement commentaar leveren en aanpassingen voorstellen. En dat kan wel twee jaar duren. In 2019 zijn er weer Europese verkiezingen, en loopt de zitting van de huidige Europese Commissie ten einde. Bovendien is 2019 al heel dicht bij 2025, wanneer de eerste nieuwe normen zouden moeten gaan gelden.

Al met al speelt de Europese Commissie het schaakspel op het scherpst van de snede. Of uitstel een meesterzet is, zal de tijd leren.